Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home3/necro666/public_html/www.bicycletta.be/wp-content/plugins/easy-facebook-likebox/includes/easy-custom-facebook-feed-widget.php:3) in /home3/necro666/public_html/www.bicycletta.be/wp-content/plugins/wp-super-cache/wp-cache-phase2.php on line 60
ZADELPEN: Pijn is fijn, toch als er warme choco is - Bicycletta

ZADELPEN: Pijn is fijn, toch als er warme choco is

Opstaan, eerste broek die voor het grijpen ligt aan, krulspelden uit (schrap dat, die leeftijdsgrens heb ik nog net niet bereikt) en schoenen niet te vergeten. Naar buiten om de toestand van de weg te checken. De toestand was hopeloos (wit) maar niet ernstig. Even het fietspad met de voeten treden en op gladheid testen. Mmm, denk, denk.. Tja, met een mountainbike lukt alles zeker? Terug naar binnen, berichtje sturen naar de mountainbikende medemensen van m’n normaal op asfalt rijdend wielerploegje Spaak & Spier, gevestigd aan de exotische kant van Gent, de Muide.

De avond voordien hadden we nog onze Nieuwjaarsreceptie in wielerstijl en hoewel wij echt wel over andere dingen kunnen babbelen, denken en dromen, hadden we het daar tussen pot en pint (allé, cava voor mij) al over de volgende ochtend. Zouden we of zouden we niet? Gaan rijden dus. Waar Frank (ja, die van het weer) de laatste dagen al eens durfde waarschuwen om onnodige verplaatsingen te vermijden, zagen wij een ritje op twee wielen toch eerder als een zeer nodige verplaatsing van A naar B en terug naar A. We zouden het de ochtend zelf beslissen. En na wat over en weer gaand verkeer, in communicatietermen deze keer, in een alsmaar groter wordende Facebook messenger groep, werd er uiteindelijk beslist “we rijden, punt”. Niet denken en gewoon doen. Om 10u aan de frituur en hup met vijf man en mezelf (vrouw dus mocht dat niet duidelijk zijn) richting Merelbeke, nog zo’n exotische bestemming, hoewel veel palmboom heb ik niet gezien maar dat kan aan de tijd van het jaar liggen of het groenbeleid van de gemeente.

De rit van de dag voordien zat wel nog letterlijk in mijn benen en vooral nog licht vochtige schoenen. Het was m’n allereerste MTB toertocht zowaar, samen met enkele sympathieke leden van MTB Gent, champagne! Neen bubbels waren er niet, maar wel overheerlijke rozijnen in cocktailglaasjes, (misschien niet vers maar superlekkere) warme soep en pure (yes, my favourite) chocolade mét nootjes (heaven on earth). En dat allemaal tussen de paarden en die typische op den boerenbuiten-geur. Alleen al voor die bevoorrading zou een mens met zo’n toertocht meedoen, een culinair feest voor de smaakpapillen. Nu, na kilometers modder en vrieskou in de benen smaakt alles dubbel zo goed natuurlijk, maar toch. Mocht ik een auto hebben, ik zou gewoon naar die bevoorrading rijden. Maar ik heb geen auto, en eigenlijk is dat eetfestijn ook gewoon een zalig extraatje bovenop het fietsen dat al een festijn op zich is.

Van soep gesproken. Bij de aankomst was die wel vers, en ook lekker, althans zo stond op het bordje en bordjes zeggen altijd de waarheid zeker als het zo zwart op wit staat. Ook de gratis pannenkoek, het kan echt wel niet op bij zo’n toertocht, was vers (opgewarmd in de microgolf) en als kers op de taart, ok iets minder vers maar nog steeds gesmaakt, een projectie van muziekgroepen uit de jaren ’80 op groot scherm.  Jawel, inclusief pakjes waarvan onze tranen aan het rollen gaan.

Van pakjes gesproken, dat was de ochtend van de rit ook iets teveel niet denken en gewoon (aan)doen geweest. M’n zomerbroek met winterbeenstukken. De winterbroek hing nog te drogen van de dag voordien. Al snel waren we goed doorweekt en werd het letterlijk fris aan de vis. Nu ja, dat had als voordeel dat het de aandacht afleidde van de al snel onderkoelende voeten. Twee paar kousen en winterschoenen bleken niet opgewassen tegen die enkele (ok misschien iets meer) afstappen in een einde- en met momenten precies bodemloos modderbad. En waar ik het toch al hoe langer hoe minder snel op een wandelen zet, toch blijft het soms ‘modder zien en sterv..’, euh gewoon uitklikken en neerdalen in dit geval. Maar hoe vettiger hoe prettiger, toch? En ik was gelukkig niet de enige van de groep.

We waren ook niet de enige zotten die onderkoelingsverschijnselen verkozen boven een warme zetel om naar de cross te kijken. Twee wielerzielen van de bevriende Gentse wielerploeg Robocyclo, ja wij praten met elkaar, kruisten ons pad. “Het vuilste moet nog komen”, wisten ze ons te zeggen. Aan hun pakjes te zien, hadden we inderdaad het smerigste nog niet gehad. Maar niet denken en gewoon doen, opnieuw. En we gingen verder met het betere ploeg- en beuk door de modderwerk.  Bij momenten ontsnapte daarbij een oerkreet uit de mond, of dat hoop ik toch, van één van mijn wielerkompanen. Ikzelf spaarde al mijn energie voor de benen, en hield wijselijk mijn mond. Want ik had ze nodig die energie om de mannen op hun berg-ros bij te houden. Dat ze soms eens moesten wachten op hun vrouwelijke helft, ik was eigenlijk meer een zesde vandaag, had dan weer als voordeel dat je iets van de omgeving kon zien (en ik hield zo toch dat genderevenwicht in stand). Want op baantjes als dit was de focus toch vooral naar beneden en vooruit en niet zozeer opzij gericht. Ook de gestaag dalende lichaamstemperatuur maakte dat het lichaam enkel de hoogstnoodzakelijke handelingen uitvoerde. Maar de oerkreten, die bleven komen, hoe langer hoe meer, hoe luider. Nu, als er geen koe te bekennen valt in de omgeving (of zaten die kreten daar voor iets tussen?), moeten we zelf maar het beest uithangen.

Voor het laatste baantje richting onze Gentse stal hadden we de keuze tussen wederom een moddersnelweg of onze vertrouwde asfalt. En ja, dan kwam de wielertoerist in ons toch naar boven, en ook de energievretende koude speelde ons parten. En dus bezweken we voor het harde grijze en lieten we het zompige bruinige voor wat het was. Overmand (en -vrouwd dus) door kou en nattigheid was de warmte van de frituur, ons ook al zo vertrouwde eindpunt, nog nooit zo welgekomen. Naast bier en frieten van Joeri (ja, de beste van Gent en omstreken), stond er deze keer ook choco op het menu. Die choco dronk ik in stilte, geen minuut, maar minuten, op de tanden bijtend (toch niet zo’n goed idee als je aan het drinken bent) van die gekende pijn bij half vervroren voeten die in ontdooifase zijn. Maar pijn is fijn, niet? Met ne choco in de hand die de pijn verzacht.

Thuisgekomen, fiets gekuist, mezelf gekuist, schoenen op de verwarming. Moe, proper en voldaan. “Proper, wil ik ook wel,” het vervelende stemmetje van een appartement dat om aandacht vraagt. Maar huishoudelijke taken horen nu eenmaal niet thuis in deze wielerrubriek, dus onthoud ik me er wijselijk van.