Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home3/necro666/public_html/www.bicycletta.be/wp-content/plugins/easy-facebook-likebox/includes/easy-custom-facebook-feed-widget.php:3) in /home3/necro666/public_html/www.bicycletta.be/wp-content/plugins/wp-super-cache/wp-cache-phase2.php on line 60
ZADELPEN: Blowjob – Wind of geen wind, fietsen is fietsen - Bicycletta
Lanzarote, fietsen met veel wind

ZADELPEN: Blowjob – Wind of geen wind, fietsen is fietsen

“Wat is je zadelhoogte?” De dame in de bikeshop waar ik een fiets zou huren, stelde me de vraag alsof ze m’n schoenmaat wou weten. Iets wat elke wielermens als parate kennis heeft, maar ik niet dus. Ik doe dat op het gevoel, maar dat gebeurt wel vaker dat ik dingen op het gevoel doe. Ben ik nu een gevoelsmens? Of gewoon (wieler)dom? Ik was alleszins toch slim genoeg om met een groep vrienden bommagewijs een weekje op Lanzarote te komen overwinteren in de zon, terwijl het thuisfront zich letterlijk staande probeerde te houden op het ijzige. Ja, daar waar triatleet Marc Herremans ten val kwam. Geen wonder, dat eiland kan winden (los)laten als geen ander.

Waar ik thuis toch meermaals per dag buienradar check, zou het hier windguru worden. Een beetje wind zou me niet klein krijgen, dachten we zo. Zeker niet met m’n wieleravontuur van de nacht voor vertrek in gedachten. Daar had ik misschien beter wat meer op voorhand over nagedacht. Maar neen, het was weer niet denken en gewoon doen. Ook dat gebeurt wel vaker. Om middernacht vertrekken en zo’n 174km rijden. M’n maximum afstand lag tot dan zo iets boven de 100, bij daglicht welteverstaan. Dat ik trager was dan de rest, maar ik was dan ook de enige vrouw. Met die gedachte troostte ik mezelf. Maar echt een excuus kan je dat niet noemen als ik kijk naar de letterlijk en figuurlijk snelle vrouwen bij m’n ploegje Spaak & Spier, ja die van frituur Meulestede van Joerie (van die lekkere frietjes, ja). De laatste 20km legde ik als een echte bomma, daar is ze weer, af. Gelukkig geflankeerd door een sympathieke wielerziel die zich voor mij opofferde en het peloton liet voor wat het was. Er zijn nog echte venten, smiley.

Maar bon, we hadden die fiets nu gehuurd en er zou dus gereden worden, wind of geen wind. Ik voelde mijnheer wind al stevig bezighouden toen ik ’s ochtends voor het ontbijt m’n baantjes trok. Alsof iemand continue met een sproeier op mij zat. En dan die fiets op. Waar een mens op reis gaat om aan de routine te ontsnappen, zou ik al snel weer in een ander soort routine vervallen. Maar wat is er zaliger dan de zon te zien opkomen terwijl je doet alsof je een vis bent? Om daarna met twee wielen onder je gat vooruit te ‘tsjeezen’? Maar dat zal wel aan mij liggen. En waar je als fietser een tandwieltje bijsteekt van zodra een andere fietser je voorbij steekt, toch even checkend of er geen motortje aanwezig is, zo ook datzelfde effect in het blauwe bad. Een jonkie van 17 nog wel. En dat terwijl ik m’n armen uit m’n lijf aan het werken was. Soit, het zal wel aan het gewicht gelegen hebben, alweer die troostende gedachte. En toch denk ik niet zoveel na normaal.

Aan de volle 12km/u begon ik het gevecht met de heuveltjes en de wind. Want op dit eiland was zo goed als niks vlak, zelfs vals plat kom je zelden tegen. Maar fietsen is fietsen, en zolang de beentjes draaien, draait het kopke wat minder. En na twee dagen werden we ook die wind gewoon. Flink uitgehold in de flanken was het geen wonder dat automobilisten helemaal op het andere baanvak gingen rijden wanneer ze passeerden. De hoge kans op schade aan de carrosserie deed hen serieus uitzwenken. Ja, de zijwinden waren geen lachertje. M’n eigen carrosserie, die van m’n fiets weliswaar, was wel eentje waarvan ik een grote smile op m’n gezicht kreeg. Twee keer zo licht als m’n eigen ros thuis. Wat een gevoel om daarmee die hoogtemeters te pakken. Supersnel zal ik nooit worden, maar hiermee ging het toch al vlotter. Ja, ja, het is nog altijd de berijder die de wielerklus moet zien te klaren en ik steek het zeker niet alleen op de fiets, maar toch. Terwijl ik me voorgenomen had om met m’n eigen fiets zeker een paar jaar te doen, begon het toch te kriebelen om eens een lichter paard van stal te kunnen halen thuis.

lanzarote mars fietsen wind

“Ben je dan niet eenzaam als je zo vijf uur alleen weg bent?”, vroeg m’n reisgezelschap ’s avonds. Zij zetten het letterlijk al eens liever op een lopen. Neen, niet echt. En ik denk ook aan zo goed als niks onderweg, oei het begint op te vallen dat (niet) denken. Ik absorbeer de prikkels rond mij, af en toe vloekend op de wind of een snottebel achteruit mikkend die dan de helft van de tijd op mijn schouder terecht komt. Goed mikken was ook het geval bij de sanitaire stoppen. Geen evidentie op een eiland dat door haar vulkanisch karakter een hoog Mars-gehalte heeft, maar daardoor ook weinig verberg-jezelf plekken. Ofte geen. In de verte turen of er geen auto aankomt, altijd toch wel aan één kant zichtbaar en dan goed mikken volgens de richting van de wind. Al een geluk dat het sanitaire stoppen beperkt was en het merendeel er vakkundig werd uitgezweet. Nog een geluk ook dat er op wildplassen geen GAS-boetes stonden op dit eiland. En ook gelukkig dat een mens van al die wind geen gas in de darmpjes krijgt, maar dat is dan weer een zeer flauwe woordspeling. Ook dat gebeurt wel meer.

Maar dus, neen, echt niet eenzaam. Ik zit zowat in m’n eigen wielercocon eenmaal in dat zadel. Een kudde toeristen bepakt met kamelen, lees dat maar omgekeerd, Aloë Vera fabriekjes, wijnproeverijen… ze zoeven langs mij voorbij als in een stripverhaal. En dat allemaal op een eiland met een hoog planeet-gehalte.

Met enige zadelpijn in het hart gaf ik na een week m’n nieuw fietsvriendje terug aan de dame in de bikeshop die dus verwachtte dat ik m’n zadelhoogte kende. Wie weet ruil ik m’n aluminium ros thuis wel eens in voor een carbon veulen. Dat die midlifecrisis maar rap komen mag.