Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /home3/necro666/public_html/www.bicycletta.be/wp-content/plugins/easy-facebook-likebox/includes/easy-custom-facebook-feed-widget.php:3) in /home3/necro666/public_html/www.bicycletta.be/wp-content/plugins/wp-super-cache/wp-cache-phase2.php on line 60
Zesdaagse voor beginners - Bicycletta
Zesdaagse 2016 (Gent)

Zesdaagse voor beginners

Wie is die linkse ook weer?, vroeg ik nog half doorweekt van m’n fietstochtje naar ’t Kuipke. Want ja, naar een wielerevent ga je met de fiets, toch? Ok, toegegeven, ik heb geen auto. Maar toch.

Die linkse, en eigenlijk ook die rechtse. Want om eerlijk te zijn, ik hou van koersfietsen, maar van het professioneel gebeuren errond ken ik bitter weinig. De koers, dat was als kind voor mij de Tour de France die bij m’n grootouders op zondag opstond. Voor de zichten, want die koers dat was in schone landschappen. En onderwijl aten we een ile flottante of zelfgemaakte rijstpap, terwijl nonkel vertelde over zijn tijd van toen. Intussen ben ik iets ouder en heb ik al enkele van die schone zichten annex cols (of is het omgekeerd?) aan den lijve, of beter, wielen mogen ondervinden.

Maar dus, ‘t Kuipke. Het was eigenlijk niet echt gepland te gaan. Last minute had een vriend van me nog een kaart over. En tja, op 10 minuten van waar ik woon, hét wielerevent bij uitstek, andere fietsvrienden die ook gingen, ….. En, om eerlijk te zijn (alweer), ik was toch wel nieuwsgierig naar dat wielerfeestje. Gelukkig had m’n gezelschap de handleiding ‘Zesdaagse voor beginners’ afgeprint. Ja, ik heb voorzienige vrienden. En zo werd ik ingewijd in ploegkoersen, afvallingen en zogeheten derny’s. Brommers tijdens een wielerkoers? Het beloofde een ware kermis te worden.

En een kermis werd het. Van de geur van worsten en bier tot bombastische muziek toe. Veel toeters en bellen. Letterlijk, de Gentse Belleman mocht mee openen. Ontbreekt uiteraard nooit als er een feestje is. En dan was er Merckx, den Eddy, wielerlegende. Ja, die kende ik, want die kwam ook voor in de verhalen van onze nonkel. En als nonkel vertelde, luisterden we allemaal.

Terwijl de andere wielergrootheden zich in het zweet begonnen te rijden op de hellende vlakken – ik kende tot voor de Zesdaagse enkel dat van Ronquières – steeg de temperatuur van de mensen, of beter mannenmassa in ‘t Kuipke. Want ja, hoewel meer en meer vrouwen in het zadel kruipen de laatste jaren, is het toch nog grotendeels een mannengebeuren. Zelfs het programmaboekje van de avond bleek door mannen te zijn gemaakt bewijze de foto van de dames, of beter hun derrières, tegenover die van, het vooraanzicht van, de mannen. Bon, dat heeft dan weer als voordeel dat de wachtrij bij de mannentoiletten langer is dan die bij de vrouwen – onbestaande feitelijk bij die laatste.

Geschaard tussen twee mannen die er duidelijk meer van kenden dan ikzelve, werd ik meer en meer meegezogen in de rondjes draaiende wielergoden daar beneden. Met op tijd en stond een toelichting van het heerschap aan mijn linkerzijde, zelf een fervent coureur, kon ik op de duur zelfs Cavendish van Wiggins onderscheiden. “Stel je voor dat zo’n brommerke eens zonder naft zou vallen”, de coureur links van mij had duidelijk gevoel voor humor. Bijzonder welkom om de eerste 35 ronden van de tijdrit te overbruggen, want pas vanaf ronde 25 werd het echt spannend en op ronde 10 zat ik zelfs op het puntje van mijn stoel om luidkeels tien keer “amai” te roepen als bij de laatste ronde de laatste renner het helemaal tot vooraan had gehaald.

Die avond zweetten niet alleen de renners maar ook het publiek eruit. De spanning, de hitte, de topprestaties. Al een geluk dat het nog steeds met bakken uit de hemel viel toen ik weer naar huis fietste na al dat wielerfeestgedruis, een welkome afkoeling.

Als een compleet verzopen waterkieken kwam ik thuis, nat tot op de onderbroek, zoals dat weleens het geval is na een ritje met de koersfiets in ons Belgisch weertje. Want ja, om eerlijk te zijn (derde keer), ik draag een onderbroek in mijn zeem. Wie weet verdwijnt die ooit nog eens, als ik weer een stukje verder ben in mijn kennis van de wondere wielerwereld.