188 kilometer woon-werkverkeer

Het is kwart voor vijf in de ochtend. Dat is vroeg; zelfs mijn wekker is nog niet wakker – pas over een kwartier zal het met een elektronische schok tot hem doordringen dat het tijd is om baasje te wekken. Maar vandaag zijn de rollen omgekeerd.

Ook al was de nacht kort, ik voel me helder en heb er zin in. Want vandaag is een bijzondere dag. Ik ga voor de laatste keer naar mijn opleiding in Breda, en die speciale gelegenheid wil ik in beelden vastleggen.

Dat kan al meteen van bij het ontbijt, het is immers al een beetje licht. Dat is dag en nacht (uhu) verschil met de winter, toen dit afzichtelijke tijdstip mijn nog half dichtplakkende ogen en hersenen-in-spaarstand voorkwam als het holst van de nacht.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

4.45 u. Kijk, het is al een beetje licht!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

4.50 u. Wie goed kijkt, ontwaart daar the breakfast of lunatics: muesli – overdosis fruit – water

Mijn hoofd wéét ondertussen met absolute zekerheid dat het probleemloos kan,  fietsen naar Breda – en terug. Ik heb het mezelf keer op keer bewezen. Maar ik zweer het u: in de diepste krochten van een winternacht is een mens daar niet zo zeker van. Zelfs nu, bij clement weer medio juni, terwijl ik granen zit te knagen, komt voor de laatste keer een best of van mijn meest basale angsten aan mij knagen. Gelukkig laat hun mute-knop zich veel beter bedienen dan in de herfst en de winter, toen het volgende molentje feestelijk rondes draaide in mijn hoofd:

  • Ik ga kou hebben (een terechte angst, want bij 1 °C, ochtendmist en een frisse januaribries was de gevoelstemperatuur bepaald geen pretje)
  • Ik ga honger hebben (op de heenreis viel dat doorgaans mee, maar een dag van 5000 kCal draaien betekende bij koud weer dat het kacheltje soms gewoon uitging. En als die ‘soms’ zich voordoet op 2 uur van huis, is het nog een hele lange weg)
  • Het gaat regenen (hoort eigenlijk bij ‘ik ga kou hebben’, want een nat pak + luchtverplaatsing = onwillekeurig de chachacha dansen)
  • Vind ik de weg wel? (ondertussen rij ik mijn route op routine, maar in het begin had mijn fiets-GPS ergens te velde weleens een onaangename verrassing in petto, zoals een onmogelijke oversteek over een autosnelweg, absurde U-turns en algemene onduidelijkheid)
  • Ik ga vallen (ook een terechte angst, want een paar keer was het niet meer dan een kwestie van centimeters dat ik bij slecht en – zonder zever – levensgevaarlijk aangegeven wegenwerken niet ging liggen. In het aardedonker plots in een opengebroken fietspad 40 centimeter dieper terechtkomen, zo van die toestanden)
  • Mijn fiets gaat het begeven (alweer een terechte angst. Eén keer kreeg ik na anderhalf uur een klapband. Straatlantaarn zoeken op een min of meer windluwe plaats en rillend, min of meer op de tast, band vervangen. Terug vertrekken, na honderd meter opnieuw klapband. Geen andere buitenband meegenomen. Half acht en nog pikdonker. Ten einde raad. Hulplijn nodig. Mijn vader, vroege vogel, is op dit uur al bereikbaar: kan jij me komen oppikken? Waar sta je? Euh… ergens aan het Albertkanaal. Ik zie industrie, ik zie bootjes, ik zie fabriek zus & zo. Ben je daar iets mee? Ah ja, ik zie het op Google Maps. Hé, er is in jouw buurt een treinstation. Ga zo en zo, dan kom je er. Doe ik, bedankt hulplijn! Na een half uur aankomen bij een station dat niet meer bestaat. Shit. Aan een voorbijganger vragen waar het dichtstbijzijnde échte station is. Antwerpen-Centraal, weer een half uur de andere richting uit. Oók een workout, niet degene die ik verwacht had.)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

5.45 u. Gepakt, gekakt en gezakt met een slordige tien kilo op mijn bult

Zo veel dingen die kunnen misgaan… Waarom stap ik dan toch elke keer weer op de fiets? Het is een absurde vraag voor iedereen met een sociaal aanvaarde verslaving aan sport. Maar allez, als je het echt niet zou begrijpen, kan ik wel enkele redenen bedenken, die ik in aflopende orde van belang rangschik:

  • Als triatleet doe ik niks liever dan aan mijn aerobe motor werken. En ik ga in september deelnemen aan Challenge Almere, een triatlon over de volledige afstand. Concreet komt dat erop neer dat ik na een uurtje zwemmen een retour Londerzeel-Breda mag fietsen, gevolgd door een marathon. Dus wat betekent naar Breda fietsen dan in het grotere plan der dingen? Helemaal niets toch? Bovendien is er altijd iemand gekker. Wat te denken van Dries Echelpoels, tegen wie ik het in een vorig leven als coureur nog opgenomen heb? Over hem kwam een aantal jaar geleden een filmpje online waarin hij vertelde over het fietstraject dat hij elke werkdag aflegt – 224 kilometer in totaal. Door weer en wind. Prachtig. Dan is mijn 188 km om de twee weken plots peanuts. Op een bizarre manier biedt het me zelfs troost en de zekerheid dat het menselijk lichaam zoiets no prob aankan. Er zijn geen grenzen.
  • Fietsen is ecologischer dan om het even welk mij bekend alternatief, behalve thuisblijven. We mogen zagen op natte zomers, zolang we beseffen dat we het klimaat zelf naar de knoppen aan het doen zijn.
  • Autorijden staat voor mij gelijk aan stress, hoofdpijn en atrofie veroorzaakt door op m’n vadsige reet te zitten.
  • De trein is pokkeduur. Ik heb het uitgeteld en 15 lesdagen fietsen, dat is zo’n decadent biljet van 500 euro dat ik niet uitgegeven heb, plus drinkgeld.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

6 u. Gentlemen, start your engines!

De eerste tien minuten van mijn traject zijn nog landelijk, maar de eerste drukke verkeersader die ik kruis – de A12 – confronteert me weer met het feit dat veel mensen anders denken over mobiliteit. Het is pas zes uur en eindeloos razen wagens voorbij. Verder ga ik langs het nog slaperige centrum van Willebroek en een streepje industrie, de Rupel over en de agglomeratie van Antwerpen in. In Wilrijk hebben ze het begrepen: het fietspad ligt er zowaar in het midden en de auto is er letterlijk een marginaal verschijnsel. Even verderop wordt het nog beter met het fietspad dat langs de Antwerpse ring ligt. Een erfenis uit het tijdperk van Patrick Janssens, vermoed ik. De huidige bezetter van ’t Schoon Verdiep is naar ’t schijnt meer een loper.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

6.40 u. Veilig fietsen te midden van het verkeer. Yay Wilrijk!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

6.50 u. Fietsen in het groen langs de Antwerpse Ring. Mijn toestel zorgt voor het wazige effect – ik fiets niet zó snel

Langs het Rivierenhofpark en het knusse Grapheusstraatje, dan nog helemaal in de ban van het EK voetbal, moet ik nog even wat verkeer en stank langs het Albertkanaal (industrie Schoten!) trotseren, maar dan komt vanuit toeristisch oogpunt het beste deel van de reis eraan: het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

7.10 u. De Grapheusstraat. Hier spreekt men Voetbals.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

7.15 u. Schoten stinkt!

Wanneer ik voorbij het Glazen Huis ben, het ijkpunt dat precies de helft van mijn tocht markeert, kruisen alleen nog hordes middelbare scholieren mijn pad. Nu is het al licht, maar in de winter zorgde het voor een feeëriek schouwspel van tientallen dwaallichtjes. Verderop is het alleen nog genieten van het wonderlijke landschap. Het land benoorden Antwerpen, net onder de grens, is het land van de eeuwige mist. Regen, storm of zonneschijn in de rest van het land? Hier is er altijd mist! Echt jong. Je raakt er beneveld enkel door te ademen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

7.25 u. Het Glazen Huis na precies 47 km – hier geen Siska te zien.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

7.35 u. Studenten met frisse tegenzin op weg naar examens… en op het water mist!

Soms kom ik op dit punt Mark tegen. Ik weet niet of Mark echt Mark heet, maar hij lijkt alleszins op een Mark. Mark is een veertiger die uit Oost-Vlaanderen fietspendelt naar ergens in de Kempen, waar hij gedetineerden begeleidt in yogatechnieken en anger management. In de zomer rijdt hij cyclo’s. En op nevelige ochtenden komen we elkaar dus weleens tegen. Mark is een toffe peer. Alleen heeft hij de drang om te versnellen wanneer ik hem inhaal. Maar vandaag rijdt Mark vermoedelijk ergens voor of achter me langs het kanaal. Ik blijf dus lekker op het binnenblad. Ik bedenk dat ik dit leuke contact te danken heb aan de manier van reizen die ik met Mark deel; mochten we nu naast elkaar op de Antwerpse Ring staan bumperen, zou onze interactie misschien niet verder gaan dan een welgemikte middenvinger.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

7.45 u. Mijn cockpit voor de komende uren

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

8.10 u. The Gate to Nowhere

Het is altijd onwennig wanneer ik in Sint-Lenaarts het jaagpad verlaat. Na 40 minuten alleen-op-de-wereld ben ik vaak in zo’n meditatieve stemming dat ik mezelf even in de arm moet knijpen. Hallo, mensenwereld! Het is ondertussen na achten en de dorpsschool loopt vol.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

8.20 u. Veiligheid aan de dorpsschool. Zonder dat hij het weet, is ook deze man voor mij een ijkpunt geworden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA8.30 u. Gewoon een idyllisch plaatje

In het mystieke niemandsland tussen Antwerpen en de grens met Nederland ga ik verder, met rondom me alleen de kenmerkende megaboerderijen en weidsheid verknipt door bomenrijen. Aan mijn linkerkant zie ik in de verte bontgekleurde rechthoekjes. Het zijn vrachtwagens op de E19 in Matchbox-formaat. In Meer opnieuw een toefje civilisation en in Meersel een laatste stuiptrekking van België. Nu ben ik echt de grens over!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

8.55 u. Over de snelweg in Galder

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

9.05 u. Toch altijd een yes-moment

Een regenbui heeft de landsgrens blijkbaar netjes gerespecteerd, want hier is het prima onderhouden asfalt plots nat. Op een tweevaks (!) fietspad maak ik het laatste eind naar Breda vol. Mijn fiets gaat er de bewaakte stalling van het station in en ikzelf het toilet voor een makeover fietser –> burger. Kuierend naar mijn opleiding neem ik het tweede ontbijt, dat een doorslag is van het eerste (alleen komt sojayoghurt in de plaats van sojamelk, want vloeibaar goed vertrouw ik niet in mijn rugzak).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

9.15 u. Rijen en rijen fietsen in het station – wauw!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

9.30 u. Na de makeover. Als fietser de coulissen in, als “gewoon mens” er weer uit.

Over mijn voedingsstrategie op zo’n dag valt ook wat te vertellen. Na de 2 ontbijten volgt een lunch – eveneens in bakjesformaat. Onderweg gaan er ook vlot 7 of 8 bananen in en een dikke 3 liter sportdrank. Bij thuiskomst nog avondeten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

9.40 u. Walking brunch in het station

Verwondert het dat ik het afgelopen jaar na een lesdag vaak met buikpijn ben gaan slapen? Blijkbaar heeft een mens op zo’n dag minder nodig dan ik dacht. Maar ja, angst voor de fringale hé. Experimenteel is in de loop van het jaar gebleken dat pasta als lunch valt als een baksteen, dat ik veel betere vriendjes ben met zilvervliesrijst/couscous/quinoa, dat de concentratie chemische troep in mijn bidons gehalveerd mag zodat ik geen onverteerbare hypertone drab maar een isotoon mengsel verkrijg, dat op bananen bingen niet oké is (acht lukt nog net, maar laat nummer 9 rustig in de achterzak zitten) en dat koekjes vreten op de opleiding meer kwaad dan goed doet voor de suikerspiegel waar ik het op de terugweg mee moet stellen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

13 u. Lunchen in het park

Laat de laatste samenkomst nu net de dag zijn waarop ieder iets te bikken heeft meegebracht. Peperkoek, sponsige cake, noten-chocoladetaart, gevulde wijnbladeren, zalm in deegrolletjes, enooorme Turkse broden, dip en koekjes, driehoekjes, rechthoekjes en alle mogelijke geometrische vormen met vullingen die ik toch allemaal minstens een paar keer geprobeerd moet hebben. Need I say more? Komt dat wel goed met die insulineboost? Bij vertrek uit de fietsenstalling merk ik meteen dat het antwoord neen is. Ik voel me slapjes, en ik heb nog meer dan 3 uur te gaan. Zucht.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

19 u. Terug naar huis met loden benen en – hellup – een enorme driekleur die komt photobomben!?

Pas na een uur, wanneer mijn brandstoftank begint over te schakelen op de vertrouwde bananen cum sportdrank, ga ik me beter voelen. Dan ben ik al bijna weer aan het kanaal. En langs het kanaal staat het Glazen Huis, en daar ben ik halfweg. En eenmaal in Schoten is het nog maar anderhalf uur, en van het Ringfietspad niet meer dan een uurtje, en dat red ik wel. Zo gaat het voortdurend in mijn hoofd: ik deel mijn weg op in hapklare stukjes, en zo lijkt het doenbaar. Ik mag er niet aan dénken dat ik 188 kilometer ga fietsen. Maar ik kan wel elk moment blijven trappen – links rechts links rechts, dat brengt me telkens iets verder. En na heel veel trappen komt een mens dan thuis. Dat is de Wet van het Gestaag Verzet.

Maar ik ben vooralsnog niet thuis, maar langs het kanaal. Links van me zie ik donderwolken, maar de wind komt van rechts en daar zie ik alleen vriendelijk glimlachende lucht met soms zelfs een streepje blauw. Langs het kanaal kijk ik koeien, konijntjes, vreemde vogels en bootjes in Sint-Job-Marina.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

20.15 u. Bootjes kijken in Sint-Job.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

20.40 u. Antwerpen se reveille.

On we go, voorbij Schoten doorkruis ik wat ontwakend Antwerps nachtleven. Ik zie de maan al. Raar! In Reet is de verzamelde derde leeftijd aan het jeu-de-boulen. Mijn laatste banaan gaat eraan. Nog even de hardcore SM van een Willebroeks fietspad ondergaan. Het helpt dat het nog maar een half uur is tot het Beloofde Land, mijn thuis.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

21.10 u. Die pixel boven de bomen is de maan!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

21.35 u. Boom. Tijd om nummer 7 te kraken.

Even later begint het landschap rondom me uit te deinen naar de vertrouwde weidsheid. Ik ben thuis. Ik ben moe. Ik ben.

woon-werkverkeer

21.50 u. Merci les jambes!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

22.10 u. Thuis. Dit scoort zeker 7,5 op de Schaal van Choco.

Enkele leuke stats:

15 lesdagen, dat zijn

  • 2900 kilometers
  • Een dikke 100 uur in het zadel
  • Zowat 50.000 kCal verstookt
  • 2 lekke banden
  • Inspiratie voor een artikel
  • Eindeloos veel tijd om te mijmeren, nieuwe wegen te ontdekken, grenzen te verleggen, te vloeken op sommig verkeer en vriendelijk te knikken op ander verkeer

Trouwens, hoe is het nu eigenlijk afgelopen met de opleiding?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA